zaterdag 4 juli 2015

Papagaai vloog over de IJssel (boek) Kader Abdolah



Vriendin Nadira schreef me al dat ik dit boek moest lezen, zeker met het oog op dat ik werk met kinderen van o.a vluchtelingen. Daarnaast kwam vriendin Kitty ook al  met deze opmerking, dat het een boek was dat je in één ruk uit leest. Nu is mijn ervaring, zeker na het lezen van: "Het Puttertje" van Donna Tart, over dat je dat boek ook in 1 ruk uitleest, wel wat tegen gevallen, ik vond dat boek over de schilderijtje een soort van worsteling met niets om met niets te eindigen.. Gelukkig neem ik van zeker deze twee dames gauw iets aan omdat ik weet dat ze een fijne neus hebben voor goede boeken en inhoudelijke boeken.

Dit boek had ik dus al vrij snel, gedownload als E-book, ( Sorry Frans), en ben begonnen te lezen. Al ben ik wel iemand die veel leest, ik lees eigenlijk alleen maar in bed net voor het slapen gaan of als ik in de nacht wakker word, dus ik schiet niet echt op met lezen. Een boek is goed voor mij als ik hem meeneem naar het toilet en hem daar ook lees omdat ik wil weten hoe het verder gaat met een boek. Zon boek is dit dus. bij Donna Tart bleef ik zelfs soms wat langer op het toilet zitten om vooral dat boek niet te hoeven lezen...
Heel kort even uitgelegd hoe dit boek is.

Ik ga natuurlijk niets vertellen over het verhaal van dit boek, dat zou niet eerlijk en niet goed zijn maar het is wel een boek die ik zeker aan raad aan velen.. het is een boek dat je moet lezen al is het alleen al om wat inzicht te krijgen in daar waar het soms om draait bij mensen die gevlucht zijn uit hun land en hun belevenissen in Nederland

recensie van het boek:

Dat Kader Abdolah treffend over culturele verwarring en ontheemding kan schrijven wisten we al na zijn eerste roman, De reis van de lege flessen. In Papegaai vloog over de IJssel is zijn stijl rijper en zijn blik genuanceerder. Zoals we van hem gewend zijn combineert hij de rijke verteltraditie van zijn afkomst met de beknoptheid en overzichtelijkheid van Nederland.
Koop dit boek: Hardcover
In het Midden-Oosten zijn rivieren levende organismen aan wie je geheimen en verlangens kunt vertellen, en waar je zelfs mee kunt trouwen. Of dat ook voor de traag door laagland stromende IJssel geldt is nog maar de vraag. Bij de calvinistische protestanten van het dorpje Zalk zal zoiets in elk geval waarschijnlijk niet zomaar opgekomen zijn. Op een dag loopt er echter een oosterse man met zijn dochtertje het dorp binnen, en vanaf die dag is alles anders. Niet dat ze het meteen merken, overigens.
Memed is samen met zijn doodzieke, doofstomme dochtertje Tala gevlucht uit Iran en wordt vanuit een asielzoekerscentrum geplaatst in een huis in het Overijsselse gehucht Zalk. De hervormde kerkgemeenschap stelt met een beroep op naastenliefde een huisje ter beschikking, in de schaduw van de kerktoren. Als Memed daar aankomt zijn de inwoners nog amper gewend aan buitenlanders, en ze benaderen hem dan ook voorzichtig maar eveneens nieuwsgierig. Hij sluit vriendschap met de vrouwelijke koster Catherina, een vriendschap die al snel meer wordt – ook in zijn thuisland was Memed in trek bij de vrouwen. Hij weet zich bovendien als automonteur in de kijker te zetten.
Na Memed komen er echter al snel meer buitenlanders, het is de tijd van de politieke vluchtelingen die op dat moment nog vrij makkelijk Nederland binnenkomen. In de omliggende gehuchten worden ook gezinnen geplaatst, en dankzij Memeds technische kunde werkt de plaatselijke telefooncel al snel als een magneet. De dorpelingen kijken de toestroom van steeds meer buitenlanders argwanend aan. Langzaamaan raken de levens van allochtonen en autochtonen met elkaar verweven. De verschillen blijven bestaan, maar ze blijken veel aan elkaar te kunnen hebben. Dat lijkt een hele mooie en misschien wat clichématige moraal, maar op de achtergrond sluimert iets ongrijpbaars, en schetst Abdolah knap het fragiele, het breekbare van de relatie tussen oude en nieuwe Nederlanders.
Dat het aanzien van Nederland de afgelopen 25 jaar sterk veranderd is, weet iedereen inmiddels wel. De inmiddels meer dan een miljoen moslims beperken zich niet alleen tot de Randstad, en dat kan soms spanningen met zich meebrengen. Het calvinisme van de Nederlanders botst immers nogal eens met het exotische van andere culturen. In mooie beeldspraak, en deels zich baserend op eigen ervaringen, laat Kader Abdolah zien hoe het is om als vreemdeling een land binnen te komen. Hij weet zowel begrip op te wekken voor de nieuwkomers als voor de oorspronkelijke bewoners.
Op sommige momenten, vooral in het begin, kost het de auteur nog wat moeite om de juiste toon te vinden en zijn personages dichtbij te brengen, maar gaandeweg komt er meer richting in het verhaal en raak je meer betrokken bij de hoofdpersonen. Een aandachtig lezer kan de auteur ook wel op wat onzorgvuldigheden betrappen – een hervormde kerk heeft immers geen altaar, de protestantse koster duikt wel erg makkelijk met Memed in bed, het ene moment heeft hij het over een gereformeerde kerk, het andere over een hervormde kerk, de begraafplaats rond een protestantse kerk is geen gewijde grond. Een strengere redactie had het boek dan ook goed gedaan. Maar er is gelukkig iets anders dat blijft hangen.
Abdolah gebruikt geen overvloed aan mooie woorden of ingewikkelde zinsconstructies maar maakt desondanks toch indruk. In heldere bewoordingen weet hij een toon te raken waar maar weinig schrijvers bij komen. Bijvoorbeeld in zijn beschrijving hoe de vreemdelingen hun plek in het dorp innamen. “Dat alles vond geleidelijk en in stilte plaats. De dominee praatte er niet over, deed alsof hij van niets wist, en de dorpelingen zwegen erover, of ze het niet hadden gezien. Maar de God van de hervormde kerk was blij met die oosterse knechten.”




Geen opmerkingen:

Een reactie posten