dinsdag 10 maart 2020

Hemelgat

Toen ik met de mannen in Amersfoort een kerk bezochten
een prachtige kerk trouwens, met zowel katholiek als protestantse invloeden, hoorden we over het  Hemelgat. Ik kende dat helemaal niet. Chris wist te vertellen dat vroeger in de katholieke kerken een hemelgat was, waar op Hemelvaart een Christusbeeld door naar boven werd getrokken om zo de hemelvaart van Christus te symboliseren..

Natuurlijk gingen Rick en ik er mee aan de haal, we hebben tenslotte een theatergeest, denken heel erg in beelden. dus we begonnen al met de kerst.. De geboorte van Jezus,  namelijk dat er eerst een plens water  uit dat gat zou komen en dan ineens een kind naar beneden werd gegooid in de vorm van een pop.. Pasen konden we niet zo gauw iets bedenken, maar wel bij Pinksteren, ik ga niet verder in op de details maar geloof me we hebben heel wat afgelachen samen hierom..

Hieronder een kleine beschrijving van het Hemelgat, omdat ik het dan ook wel leuk vind om dit te delen met anderen, deze kennis, je kijkt ineens heel anders naar de Katholieke kerken met een gat in het plafond.. ik moet zeggen ik  had er nog nooit eerder gehoord.


Hemelgat als teken van Hemelvaart

Na de beeldenstorm is het gat gesloten en vergeten


Om eerlijk te zijn had ik er nog nooit van gehoord: van een ‘hemelgat’. Het gaat om een gat in het laatste gewelfvak vóór de zogenaamde ‘viering’, de kruising van schip en dwarsschip in middeleeuwse stadskerken. Te vinden in bijvoorbeeld de Sint-Joriskerk te Amersfoort, de Grote Kerk te Breda, de Sint-Lebuïnuskerk te Deventer en de Sint-Walburgiskerk te Zutphen.
De Groningse kunsthistoricus Kees van der Ploeg heeft er onderzoek naar gedaan. Ik kwam daar achter, toen ik een artikel van de hand van Gerard Raven over ‘Opzienbarende tonelen in de kerk’, en wel in de eerstgenoemde kerk, las.

Theater in de kerk In de middeleeuwen werden in de kerk wel pogingen gedaan om Bijbelverhalen dichter bij de mensen te brengen. Daartoe werden onder meer toneeluitvoeringen gegeven. Ook werden wel stukjes theater opgevoerd. Met Hemelvaart kon je Jezus letterlijk zien opstijgen, midden in de kerk. Daartoe werd een beeld omhoog gehesen, door een gat in het gewelf: het hemelgat. Zo is bekend, dat de ceremonie in de dertiende eeuw in de Dom in Utrecht plaatsvond. In 1406 was het beeld aan nieuwe schoenen toe. Om het nog echter te maken…

Liturgische handreiking Er is een toevoeging bewaard gebleven aan een Zutphens handschrift, waarin de ceremonie die onder de afbeelding plaatsvond, wordt vermeld. Een uit het einde van de vijftiende eeuw daterende liturgische handreiking uit Deventer geeft enige informatie over de gang van zaken. Op de drie voorafgaande dagen werden al lange processies tot buiten de stad gehouden, ook om voor een goede oogst te bidden. Op de hoogtijdag zelf liep ’s morgens weer een grote processie door de stad, waarbij de priesters hun mooiste zijden koorkappen droegen. Dan stopten ze bij de doopvont.
Uitbeelding van Christus Rond het middaguur trad een priester op in wit kleed met stola en kroon, vermoedelijk als uitbeelding van Christus. Twee leerlingen van de kerkschool die goed konden zingen liepen voor hem uit. Zij waren als engelen verkleed. Ze liepen naar de verdieping op het doksaal, het koorhek tussen de kerk en het koor, dat met palmen versierd was. Daarna zong het koor passende Latijnse liederen, afwisselend met de priester. Als die dan ‘Ik stijg op naar de hemel’ zong, werden de kaarsen bij het beeld van Jezus aangestoken en steeg dat op aan een dun touw, dat je dus niet zag, De scholieren-engelen gebaarden met hun handen en zongen zacht ‘Zo komt hij’. Ten slotte werd het kruis hoger op het doxaal teruggezet. Met de palmen en de hoogte probeerde men waarschijnlijk te verwijzen naar de Olijfberg, waar Jezus was opgestegen (vgl. Handelingen 1: 10-12).

Diverse schilderingen Rond het hemelgat in de Sint-Joriskerk zijn in de vijftiende eeuw vier schilderingen aangebracht. Aan de oostzijde een zegenende God de Vader met wereldbol, aan de noordzijde de arma Christi (= de lijdensattributen van Christus), aan de westzijde de duif als symbool van de Heilige Geest, aan de zuidzijde Maria met het kind. De Sint-Lebuïnuskerk heeft twee musicerende engelen. In de Der Aa-kerk laat de schildering alleen de voeten en een stukje kleed van Jezus zien. Hij is zelf dus al in het gat verdwenen.

Persoonlijke vroomheid Het hijsen van het beeld was een riskante zaak. Soms schoot het los en viel het op de toeschouwers, waarbij ook wel eens iemand gedood is. Een hemelgat was overigens alleen mogelijk in stenen geweven, waar bij voorkeur ook een hijsinstallatie gebouwd kon worden. Opvallend is, dat de uitbeelding van de hemelvaart vrijwel altijd uit de vijftiende of de zestiende eeuw dateert. In die tijd was er meer aandacht voor persoonlijke vroomheid, zoals in de Moderne Devotie. Het hemelgat komt niet voor in kathedralen, evenmin in kerken van klooster- of bedelorden.

Echte duiven In de Sint-Joriskerk en in de Dom was ook met Pinksteren sprake van een mooi stukje aanschouwelijk onderwijs. Dan vlogen echte duiven door het hemelgat de kerk binnen. Later zijn die in de Dom door beschilderde beelden vervangen. Maar ook de satan liet zich zien, in de vorm van een pop met ontploffend buskruit en brandende fakkeltjes. In Deventer ging het soberder aan toe. Als verklaring daarvoor is wel de Moderne Devotie genoemd, maar die hervormingsbeweging was rond 1400 ook in Amersfoort heel actief, terwijl daar eveneens duiven rondvlogen.

Calvinistische hoon In zijn in 1569 gepubliceerde Den Byencorf der H. Roomsche Kercke verhaalt Marnix van St. Aldegonde op honende wijze, hoe op Hemelvaartsdag een Christusbeeld naar het plafond van de kerk wordt gehesen om aldus het feest van die dag te illustreren… Na de beeldenstorm werd het hemelgat gesloten en vergeten. Maar her en der is het nog te zien!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten